Document Actions

Kunstenaarsreizen: bestemmingen en overlevering

Hoewel we sporen van Nederlandse kunstenaars door bijna heel Duitsland kunnen traceren, waren er enkele gebieden die duidelijk populairder waren dan andere, veelal vanwege de imposante berg- en rotspartijen. Langere reizen voerden naar gebieden als Beieren (Joseph Hartogensis), Baden-Württemberg (Hendrik van de Sande Bakhuyzen ) en het Harzgebergte (Johannes Tavenraat), terwijl kortere studietrips leidden naar de omgeving van Düsseldorf. Ook Kleef was uiteraard een populaire bestemming en zou een nog grotere aantrekkingskracht gaan uitoefenen, toen Barend Cornelis Koekkoek zich er in 1834 vestigde. Daarnaast steeg het aantal reizigers naar de Eifel, het gebied rondom het Ahrdal, nadat een tunnel vanaf 1835 de regio beter toegankelijk had gemaakt.1  

Veruit de populairste bestemming was echter het Duitse stroomgebied van de Rijn en dan met name de Midden-Rijn tussen Bingen en Bonn. Rijnromantici waren gefascineerd door de vele sagen en legenden waarin het gebied een rol speelde. Met name het gematigde Zevengebergte met als hoogtepunt de Drachenfels trok veel kunstenaars aan, onder wie Cornelis Lieste en Hendrik Lot [afb. 1]. Er stak dan ook een storm van protest op toen de berg aan het begin van de negentiende eeuw ten onder dreigde te gaan aan de steenwinning. Uiteindelijk werden deze activiteiten verboden, waarna de steenhouwers geld verdienden met het heffen van toegang voor de top van de berg.2 [afb. 2].


afb. 1
X
Hendrik Lot, Het ochtendgloren

 

afb. 2 Anoniem, Toegangskaart voor de Drachenfels, 30 april 1834, Siebengebirgsmuseum Kolênigswinter 

Deze reizen naar Duitsland werden doorgaans goed voor het thuisfront gedocumenteerd en soms ook geïllustreerd. Naast kunstenaars als Gerard van Nijmegen, vader en zoon Christ en Koekkoek, waren het voornamelijk dilettanten en schrijvers die alles vaak zeer gedetailleerd in woord en beeld vastlegden en hun verslagen aanvulden met gekochte ansichtkaarten. Dergelijke reisverslagen werden al vanaf ongeveer 1775 gepubliceerd en vormden een inspiratiebron voor eenieder die plannen had om een blik over de grens te werpen. Na de invoering van de reguliere stoombootdienstregeling in 1827 steeg het aantal reizigers naar met name het Rijngebied explosief en nam het aantal publicaties toe. Er zijn ongeveer 283 gepubliceerde reisbeschrijvingen van de Rijn bekend, die samen ongeveer 10.000 afbeeldingen bevatten en die voornamelijk tussen 1790 en 1870 werden uitgegeven.3 Daarnaast publiceerden toonaangevende kunsttijdschriften zoals Kunstkronijk naast recensies van Duitse tentoonstellingen ook korte reisverslagen.4

 



[1]

M. van Heteren en J. de Meere, Fredrik Marinus Kruseman 1816-1882. Painter of Pleasing Landscapes, Schiedam 1998, pp. 38-39.

[2]

Website van het Siebengebirgsmuseum in Königswinter: http://www.siebengebirgsmuseum.de/index.php/natur-und-denkmalschutz (geraadpleegd: 15 november 2011).

[3]

M. Schmitt, Die illustrierten Rhein-Beschreibungen. Dokumentation der Werke und Ansichten von der Romantik bis zum Ende des 19. Jahrhunderts, Keulen/Weimar/Wenen 1996, p. X.

[4]

Vgl. J.J. van Oosterzee, ‘Uit de Hartz en Thüringen’, Kunstkronijk (1851), pp. 12-15 en A. Ising, ‘De Dom van Keulen en Het Dorpje Ninane. Twee bladen uit een reisjournaal’, Kunstkronijk (1852), pp. 31-36.

Datum laatste wijziging: Feb 22, 2015 03:17 PM