Document Actions

De Haanens en de kunsthandel

Ook in de kunsthandel werd in de eerste helft van de negentiende eeuw op internationaal niveau samengewerkt. Zo stond Willem de Gruyter in contact met Rudolph von Weigel in Leipzig, Schmidt in Dresden en Nikolaus Baranowsky in Bad Homburg. Kunsthandel Buffa had klandizie in Zuid-Duitsland en Zuid-Tirol, terwijl Albertus Brondgeest en Cornelis Roos correspondeerden met hun Hamburgse collega’s Georg Ernst Harzen en Johann Matthias Commeter. Bovendien werden Nederlandse kunstenaars al in de jaren veertig uitgenodigd om hun werken naar Duitse tentoonstellingen te sturen en waren collega’s uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland sterk vertegenwoordigd op de Tentoonstellingen van Levende Meesters, met in totaal 319 werken tot 1860.  

De familie Haanen kon voor de verkoop van hun werk leunen op een brede kring aan invloedrijke tussenpersonen en een trouwe klantenkring, zoals blijkt uit het liber veritatis van George.1 Hierin is ook te zien dat werken voor aanzienlijke bedragen van eigenaar wisselden. Verder zorgde niet alleen Casparis Haanen zelf voor klandizie, maar bemiddelden ook belangrijke figuren als Jeronimo de Vries  en Johannes Immerzeel jr. regelmatig uit naam van de Haanens.  

Met name Remigius besloot om tijdens zijn verblijf in Wenen ook zelf actief een netwerk van kopers op te zetten. In 1837 vermeldde hij in een brief aan Immerzeel voor het eerst dat hij zichzelf als tussenpersoon had opgeworpen voor een Weense vriend, de kunstenaar en kunsthandelaar Johann Matthias Ranftl. In de brief schreef Remigius dat Ranftl van plan was om naar Nederland te reizen voor de aankoop van enkele kunstwerken en dat hij Remigius om enkele contacten had gevraagd, waarna Remigius de hoop uitsprak dat Immerzeel dit verzoek voor hem zou oppakken.2 

Remigius werd in Wenen ook enkele keren door Nederlandse collega’s benaderd met de vraag of hij als intermediair voor hen kon fungeren. In 1843 blijkt uit een brief van Remigius dat verschillende Nederlandse kunstenaars werk naar hem opstuurden in de hoop dat hij ervoor kon zorgen dat ze op de eerstvolgende tentoonstelling van de Weense academie te zien zouden zijn. Op dit verzoek reageerde Remigius echter ontwijkend.3 

Daarnaast werkte Remigius voor de vooraanstaande, Nederlandse kunsthandelaar Willem de Gruyter, die hij via zijn vader Casparis had benaderd om te vragen of hij vanuit Wenen iets voor hem kon betekenen. De Gruyter reageerde meteen heel enthousiast, omdat Remigius naar zijn idee over genoeg mogelijkheden beschikte om de werken voor het voetlicht te brengen.4 Remigius bleek echter een veeleisende zakenpartner. Nadat hij de eerste zending van De Gruyter ontvangen had, schreef Remigius hem een woedende brief waarin hij de toegestuurde werken omschreef als ‘uitschot dat de porto niet waard was’.5 De Gruyter reageerde op zijn beurt furieus op het in zijn ogen hooghartige gedrag en het gebrek aan respect ten opzichte van hemzelf en de oude meesters. Hij benadrukte dan ook dat Remigius pas echt een goede kunsthandelaar was als hij ook werken van minder hoge kwaliteit zou kunnen verkopen, aangezien ‘het geen kunst is, iets goeds te verkopen’.6 Desondanks eindigde De Gruyter zijn brief vleiend en gaf hij aan dat hij toch nog relatief goedkope tekeningen van onder andere Schelfhout en Abels had meegestuurd in de hoop dat Remigius iets voor hem zou kunnen betekenen, aangezien ‘er in ons land geen een is die zulks doen kan’.7  

Remigius was niet alleen op persoonlijke titel actief, maar handelde ook in opdracht van Artaria, de meest prestigieuze kunsthandel van Wenen met een rijke, invloedrijke en internationale clientèle. Aan Artaria wist hij volgens een overgeleverd reçu ten minste twaalf werken van Nederlandse, contemporaine meesters te verkopen, zoals Hoppenbrouwers, Rochussen, George Haanen, Koster, Schelfhout, Van der Kaa, Dreibholtz en Verveer.8



[1]

Een kopie van het liber veritatis van George Haanen bevindt zich in de collectie van het RKD, standplaats BD/1372 – NEG/Ned.I/Tekenkunst/Diversen.

[2]

Brief van Remigius van Haanen aan Johannes Immerzeel jr., d.d. 18 juli 1837, KB, inv.nr. 133C12.

[3]

Brief van Remigius van Haanen aan onbekende ontvanger, d.d. 6 maart 1843, WB, inv.nr. IN234.783.

[4]

Brief van Willem de Gruyter aan Remigius van Haanen, d.d. 13 februari 1840, Fondation Custodia/Coll. F. Lugt, Paris (FC), onbekend inv.nr.

[5]

Brief van Willem de Gruyter aan Remigius van Haanen, d.d. 29 mei 1840, FC, onbekend inv.nr.

[6]

Ibidem.

[7]

Ibidem.

[8]

Rekening opgesteld door Remigius van Haanen voor Artaria, d.d. 22 januari, WB, inv.nr. 75971.

Datum laatste wijziging: Feb 22, 2015 01:04 PM