Document Actions

Blik over de grens

Na de Veluwe reisde Remigius een half jaar langs de Rijn, waarna hij begin oktober 1833 aankwam in Frankfurt am Main, een populaire uitvalsbasis voor reizigers die onderweg waren naar Midden-Europa. Hier besloot hij langer te blijven, waarschijnlijk ongeveer anderhalf jaar, omdat de streek hem aansprak en zijn werk in de smaak bleek te vallen.1 Wat er tussen 1835 en 1837 gebeurde is niet eenvoudig te reconstrueren. Begin 1837 verhuisde Remigius in ieder geval voor bijna vijf maanden naar Stuttgart, waar hij onder andere aan zijn Berglandschap in Tirol werkte [afb. 5].2


afb. 5
X
Remigius Adrianus Haanen, Tiroler landschap, 1837 gedateerd

Dit werk en het oeuvre van kunstenaars als Tavenraat en Hanedoes laat zien dat een veelvuldig geplaatste opmerking dat het weergeven van bergachtige landschappen een niche was waar alleen buitenlandse kunstenaars instapten, herzien moet worden.3 In dezelfde periode maakte Remigius twee pendanten met daarop een gezicht op Stuttgart in een ongewoon ouderwetse stijl, waarna hij dit genre definitief de rug zou toekeren [afb. 6 en 7]. In de zomer van 1837 reisde Remigius verder naar München en Salzburg om vervolgens Tirol te bezoeken en uiteindelijk in de herfst van 1837 in Wenen aan te komen.4



afb. 6
X
Remigius Adrianus Haanen, Gezicht op Stuttgart, 1837 gedateerd


afb. 7
X
Remigius Adrianus Haanen, Gezicht op Stuttgart, 1837

Remigius’ keuze om Wenen te bezoeken lag eigenlijk voor de hand, omdat daar de landschapsschilderkunst onder invloed van de academie al langer in hoog aanzien stond dan in Nederland. Na het Weens Congres van 1815 floreerde de kunstmarkt door de toenemende welvaart van de middenklasse en de landschapsschilders profiteerden hiervan. Remigius was in Duitsland en direct na aankomst in Wenen steeds productiever geworden en kon daardoor in 1838 al vijf stukken aanleveren voor de jaarlijkse tentoonstelling van de Weense academie.5 Deze werken hadden onderwerpen die in het buitenland erg geliefd waren: kustgezichten en Hollandse winterlandschappen. Terwijl lokale kunstenaars de voorkeur gaven aan zomerse landschappen, kon Remigius moeiteloos in de niche van het winterlandschap stappen.6 Hierbij had Remigius een voorkeur voor pittoreske ijsvlaktes aan de ene kant en overweldigende, beboste berglandschappen aan de andere kant, waarbij hij door Weners werd geroemd om zijn technische vaardigheden en het warme kleurgebruik [afb. 8]. Om dit te bereiken keek hij waarschijnlijk goed naar zeventiende-eeuwse meesters als Adriaen van de Velde, die net als hij koos voor sobere composities en een extreem lage horizon [afb. 9]. Later zouden ook Remigius’ riviergezichten bij maanlicht populair worden.


afb. 8
X
Remigius Adrianus Haanen, Winter in Holland, 1849 gedateerd


9. Adriaen van de Velde - Winter Landscape, ca. 1668 (Philadelphia, Philadelphia Museum of Art)..jpg
afb. 9

In het begin van zijn Weense periode hield Remigius nog tamelijk vast aan de Nederlandse standaard met Koekkoek als belangrijkste contemporaine inspirator: verfijnde, tot in detail uitgewerkte landschappen met een subtiele lichtwerking, een helder koloriet en een gladde toets. Maar naarmate Remigius langer in Wenen was werd zijn stijl steeds persoonlijker, diverser en de weersomstandigheden in zijn landschappen onheilspellender. Ook zijn techniek werd, geheel in lijn met de ontwikkelingen van zijn tijd, minder braaf; de horizon kwam hoger te liggen en de toets werd grover [afb. 10].


afb. 10
X
Remigius Adrianus Haanen, Een rotsachtig landschap bij maanlicht, 1850 gedateerd

Ook George Haanen bleef reislustig, zij het in mindere mate dan zijn broer. In de jaren veertig woonde hij korte tijd in Keulen, waar hij uiteindelijk naar zou terugkeren en reisde hij naar Mainz en Frankfurt.7 In 1844 - hij was destijds ook woonachtig in Wenen op een eigen adres - nam hij met één werk deel aan de tentoonstelling van de Weense academie en in 1851 verkocht hij minstens drie werken aan Oostenrijkse verzamelaars.8 Ook George had zich inmiddels nieuwe genres eigen gemaakt, namelijk landschappen en nachtstukken [afb. 11]. Toch was zijn stijl anders dan die van zijn broer en om ze uit elkaar te houden, gaven kunstcritici hun bijnamen. Remigius werd Schnee van Haanen of Wasserhaanen genoemd en zijn broer Feuerhaanen, omdat hij vaak vuurpartijen in de nacht afbeeldde en verlichte interieurs. Dat leidde tot commentaar als: ‘Er, der Feuerhaanen, hält es mit Lampenlicht und Brand, ja Brände weiss er oft so täuschend darzustellen, dass man den Wasserhaanen zuhilferufen möchte’.9


afb. 11
X
George Gillis Haanen, Oostenrijks landschap, 1822-1879
 



[1]

Brief van Remigius van Haanen aan Johannes Immerzeel jr., d.d. 22 april 1834, KB, inv.nr. 133C12.

[2]

Brief van Remigius van Haanen aan Johannes Immerzeel jr., d.d. 18 juli 1837, KB, inv.nr. 133C12.

[3]

Bijv. R. de Leeuw, 'Die Darstellung der Landschaft im 18. und 19. Jahrhundert’ in: W. Loos, R.-J. te Rijdt en M. van Heteren (red.), Niederländische Landschaftsmaler. Meisterwerke des 18. und 19. Jahrhunderts, Stuttgart/Zürich 1997, p. 26.

[4]

Brief van Remigius van Haanen aan Johannes Immerzeel jr., d.d. 18 juli 1837, KB, inv.nr. 133C12.

[5]

Reçu van Remigius van Haanen voor de tentoonstellingscommissie van de Weense academie, d.d. 12 maart 1838, Wienbibliothek (WB), inv.nr. IN158.825. Genoemde werken: Seelüfte bei Sonnenaufgang; Winterlandschaft, Gegend bei Haag; Winterlandschaft, Waldgegend bei Haag; Kleines Seestück bei Mondbeleuchtung en Eine holländische Marine bei Mondbeleuchtung. De tentoonstellingscatalogus bevestigt dat alle werken daadwerkelijk te zien waren.

[6]

C. von Wurzbach, Biographisches Lexikon des Kaiserthums Oesterreich enthaltend die Lebensskizzen derjenegen Personen, welche seit 1750 in den österreichischen Kronländern gelebt und gewirkt haben, dl. 6, Wenen 1860, p. 102.

[7]

Pieter A. Scheen, Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950, dl. 1, ’s-Gravenhage 1969-1970, p. 116.

[8]

Wurzbach 1860 (noot 14), p. 100.

[9]

F. Faber (red.), Conversations-Lexikon für Bildende Kunst, dl. VI, Leipzig 1853, p. 252. ‘Hij, de Vuurhaanen, houdt van lamplicht en brand, ja branden weet hij vaak zo bedrieglijk weer te geven, dat men de Waterhaanen te hulp roepen wil’.

Datum laatste wijziging: Apr 03, 2015 08:34 AM